Twee mannen zijn van bijzonder belang geweest voor de opbouw en ontwikkeling van de Koninklijke Deventer Tapijtfabriek: Johan Willem Birnie (1803-1848) en Willem Frederik Kronenberg (1816-1892). Vele familieleden van Johan Willem zijn op deze begraafplaats begraven en zij behoorden van eind 18e tot halverwege de 20e eeuw tot een voorname Deventer familie. Johan Willem zelf ligt niet op onze begraafplaats. Hij werd opgevolgd door Willem Frederik Kronenberg, die meer dan 40 jaar leiding gaf aan de Tapijtfabriek. Kronenberg, die ongehuwd en kinderloos bleef, is hier begraven. (Grafnummer 87)
Jan Willem Birnie (1803-1848) & Willem Frederik Kronenberg (1816-1892)


De beginperiode van de KDT onder leiding van Birnie
Johan Willem was de zoon van een van de oprichters van de Tapijtfabriek: George Birnie Sr. Deze George was gehuwd met Aleida Dwars (Grafnr. 556). Ze kregen drie kinderen, naast Johan Willem, Steven en Gerhard David.
De gemeente, die in 1799 een pand op de hoek Smedenstraat-Nieuwstraat aan de oprichters verkocht, stelde als uitdrukkelijke voorwaarde dat de fabriek werkgelegenheid zou bieden aan tenminste 50 “behoeftigen”. Het was zo zou je kunnen zeggen een soort van werkverschaffingsproject. Johan Willem begon op z’n 14e in het bedrijf van zijn vader en volgde hem na zijn dood in 1830 op.
Zo halverwege de jaren 10 van de negentiende eeuw wordt de vinding van het zogenaamde handgeknoopte tapijt gedaan en ontstaat de productie van Smyrna of Turks Tapijt in de Deventer fabriek. En daarmee gaat de fabriek, hoewel er nog geen sprake is van mechanisch weven- op den duur landelijke bekendheid verwerven. Johan Willem Birnie weet – na de start met meerderde compagnons – het hele bedrijf in bezit te krijgen en leidt het bedrijf dat inmiddels zo’n 150 werknemers kent met verve. Hij laat zich kennen als een sociaal werkgever (althans voor die tijd): hij begint een soort van ziekenfonds, verstrekt leningen voor begrafenissen en zet een bedrijfsschool op. Johan is ook een stichtelijke baas. Hij verbiedt gebruik van sterke drank en betaalt het weekloon op donderdag uit, zodat het besteed kan worden op de Vrijdagmarkt. Jeugdige werknemers zijn wel verplicht godsdienstonderwijs te volgen. Wanneer rond 1847 de economische wind tegenzit en het bedrijf minder orders krijgt voor het maken van tapijten verdrinkt Johan Willem zich in een meertje in de buurt van het Duitse Bentheim. Het is een zware slag voor de familie en het bedrijf.
Aan het slot van dit artikel tref je een overzicht aan van de graven van echtgenotes, (vermaarde) kinderen en familieleden van Johan Willem Birnie.




De bloeiperiode van de KDT onder leiding van Kronenberg
Het bedrijf, dat in zwaar weer verkeerd, kan na de dood van Johan Willem niet worden voortgezet door de Birnie’s : de zonen (en neven) zijn te jong om de zaak in deze omstandigheden over te nemen. De leiding wordt in 1848 eerst tijdelijk en later definitief opgedragen aan de zoon van Wolhandelaar Reinier Kronenberg (Grafnummer 136) en Ellechien Mees: Willem Frederik, geboren in 1816. Deze zal 40 jaar als directeur verbonden blijven aan het bedrijf, tot zijn dood in 1892. Hij ligt samen met zijn eveneens ongehuwde zus Fenna Catharina (1814-1890) in grafnummer 87.
De tapijtfabriek wordt van familiebedrijf een open Naamloze Vennootschap. (Koning Willem III wordt zelfs aandeelhouder). De Koninklijke Deventer Tapijtfabriek groeit onder Kronenberg uit tot de grootste werkgever van Deventer in het midden van de 19e eeuw. Er zijn 345 mensen in dienst, waarvan 125 vrouwen en 70 jongens en meisjes. Ook het mechanische weven wordt ter hand genomen. Er worden diverse soorten tapijt gemaakt, waarvan het Smyrna het meest bewerkelijke en dus ook duurste tapijt is. De KDT levert aan het Koninklijk Huis en ook in het buitenland zijn de Deventer tapijten vermaard. De fabriek wint diverse prijzen op internationale tentoonstellingen.
Kronenberg toont vol passie zijn bedrijf aan een verslaggever van de Katholieke Illustratie. “Uit een dier ontzaglijke wolbergen trok de directeur een vlokje, dat hij mij overreikte met de vraag of ik beproeven wilde het van elkaar te trekken. Met de grootste krachtsinspanning was mij dit echter niet mogelijk, en glimlachend merkte de heer Kronenberg op dat men er wel een paard voor zou kunnen spannen, zonder dat het bundeltje, ter halve dikte van een pink en uit de fijnste draden samengesteld, gevaar zou loopen van te scheuren.”
Willem Kronenberg wordt sprekend opgevoerd in de arbeidsenquête van 1892. Op de vraag of hij nogal fatsoenlijke meisjes in dienst heeft antwoordt Kronenberg: “Ze zijn uit de laagste klasse der maatschappij en het ongelukkigste is dat ze slechte voorbeelden krijgen; ze wonen niet in onze buurt, maar in de straten er achter , waar zij niets anders zien dan ontucht en kwaad. De fabriek moet haar te hulp komen.”
Op de vraag naar de sfeer in de tapijtfabriek wordt in de arbeidsenquête alom geantwoord dat het contact met de directie en bazen goed is. Kronenberg wordt “geschikt en billijk” genoemd. Hij komt per dag soms wel zesmaal kijken.
Na het overlijden van Kronenberg in 1892 wordt P.G. Schermbeek directeur en in 1901 J.G. Mouton. In 1919 gaat de Deventer Tapijtfabriek onderdeeluitmaken van de Koninklijke Verenigde Tapijtfabrieken met een hoofdvestiging in Rotterdam. Eerder is de fabriek in 1904 al verhuisd naar een nieuw bedrijfspand aan de Smyrnastraat. Dit pand is nog deels intact en bevindt zich achter de begraafplaats.




Op de binnenplaats van de oude fabriek
Willem Frederik Kronenberg
Vader en zoon Peters
Johannes Theodorus Peters (1835-1904) is vanaf 1860 tot zijn dood onderdirecteur van de KDT. Hij ligt in grafnummer 738. Zijn zoon Hendrikus Johannes (1866-1949) wordt verfmeester bij de KDT maar begint in 1907 een eigen tapijtfabriek in Deventer: Mechanische Tapijtweverij van H.J. Peters (1907-195/1993). Deze fabriek was tot in de zeventiger jaren gevestigd aan het begin van de Zandweerdsweg. Het bedrijf gaf werk aan meer dan 100 personeelsleden. Alleen het in de jaren 50 van de 20e eeuw opgetrokken kantoorgebouw is nog bewaard gebleven.


Brink 68. Woonhuis en kantoor van George, zoon Jan Willem.
De familie Birnie
Johan Willem Birnie was getrouwd met Maria Louiza van Schuppen (Grafnr. 556) en vervolgens -na haar overlijden op 36-jarige leeftijd in 1837, met Adriana Roelants (Grafnr 939). Hij en Maria kregen 5 kinderen. Hun zoontje Pieter werd slechts 5 jaar en werd bijgezet in het graf van zijn kort daarvoor overleden moeder Aleida Dwars (Grafnr.556). Hun zoon Gerard werd koloniaal ondernemer en vestigde een tabaksplantage in Nederlands-Indië. Hij en zijn vrouw Rabina werden aanvankelijk begraven in grafkelder 3130, maar later overgebracht naar een grafkelder op de nieuwe begraafplaats Steenbrugge.
Met Adriana Roelants (Graf 939) kreeg Johan Willem 3 kinderen waarvan twee zeer jong overleden. Beide droegen de naam Maria Louisa en werden begraven in grafnrs. 556 en 606. Hun zoon Adriaan die op 37-jarige leeftijd overleed werd bijgezet in het graf van zijn moeder (Grafnr.939)


In het midden J.T.Peters , de vader van H.J.


De fabriek op de hoek Smedenstraat - Nieuwstraat
Bronnen
Over de geschiedenis van de Deventer Tapijtindustrie is in 2012 een fraai boek verschenen: “Geknoopt & geweven” , door Sam de Visser en Nina Herweijer. Van dit werk is veelvuldig gebruik gemaakt bij deze twee kleine biografieën. Het boek is te koop bij de Stichting Industrieel Erfgoed Deventer.
De Belgische Illustratie, Jaargang 14 (nrs. 28, 29, 30, 31) 1881-1882 (Katholieke Illustratie Jaargang 15, 28,29,30,31)
Twee Wikipedia lemma’s: Deventer Tapijt en Koninklijke Verenigde Tapijtfabrieken
Clemens Hogenstijn: George Birnie (1831-1904), Zijn familie en haar cultuurondernemingen op Java in “Overijsselse Historische Bijdragen Verslagen en mededelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis 136e stuk 2011”.
Artikel Nieuwe Amsterdamse Courant – Algemeen Handelsblad 14-02-1886 (J.Gram)
Over de tapijtfabriek H.J. Peters, interview met de achterkleinzoon op Deventer Verhalen.
Het Huis op de Brink Krijn van den Ende, Paula van der Heiden e.a., Bussum (uitgeverij Thoth) 2014 . Bibliotheek Deventer


Stamboom oprichter Tapijtfabriek George Birnie met aanduidingen begraafplaatsen familieleden.
Grote versie door op afbeelding te klikken


De fabriek van H.J.Peters aan de Zandweerdsweg
Johan Willem had twee broers: George David en Steven. George David wordt slechts 20 jaar maar schijnt met zijn handigheid en creativiteit een belangrijke rol te hebben vervuld in de ontwikkeling van het handknopen van het tapijt. Van broer Steven weten we alleen dat hij “tekenmeester” was en lange tijd gevestigd was in Kampen. Hij trouwde met Anna van Schuppen. Ze kregen maar liefst 13 kinderen. Op de begraafplaats heeft Steven Birnie begraven gelegen (Grafnr. 2090) en zijn tevens twee zonen van hen begraven: George (Grafnr. 6) en Pieter (Grafnr. 1520)
Er is rijkelijke documentatie over Johan’s zoon Gerard en zijn kleinkinderen. Wil je meer weten over de handel en wandel van de familie Birnie in voormalig Nederlands-Indië en hun fraaie woning/kantoor aan de Brink 68 dan verwijzen we naar het artikel van Clemens Hogensteijn.
Geen feest in Deventer bij het bekend worden van de zeer belangrijke Grondwetswijziging van 1848 vanwege het overlijden van Johan Willem Birnie




Een verslag van Kronenberg's begrafenis in Deventer Courant.
(klik voor vergroting)
Stichting Oude Begraafplaatsen Deventer
Deze site is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Ook denken wij te voldoen aan de privacy-wetgeving.
Mocht u fouten tegenkomen of vragen hebben over de teksten laat het ons dan zo snel mogelijk weten.
Contact
info@sobd.org
+31 6 00000000
© 2024. All rights reserved.
Beheer en onderhoud van monumentale begraafplaatsen in Deventer, Colmschate en Diepenveen