Jacob Bussink ( 1780-1848) en Jacobus Albertus Coldeweij (1836-1903)
Bussink Graf nr. 609 en Coldeweij nr. 183
De geschiedenis van de Deventer koek gaat terug tot de middeleeuwen. De koek werd vervaardigd in relatief kleine koekbakkerijen, gedreven door leden van het koekenbakkersgilde. Op het hoogtepunt kent Deventer 25 koekbakkerijen. Kenmerkend voor de 19e eeuw zijn de afschaffing van de gilden, de introductie van het gebruik van machines en de schaalvergroting door fusies en overnames. Uiteindelijk blijft er in de 20e eeuw nog maar één koekproducent over in Deventer: Jb. Bussink. De merknaam zal blijven bestaan, maar het bedrijf zal onderdeel uit gaan maken van een internationaal concern.
Op de begraafplaats liggen de oprichter van het bedrijf, Jacob Bussink en zijn zoons Berend Jan en Peter Jan die hem opvolgden. Jacob Coldeweij , neef van de zoons van Jacob, die het bedrijf overnam en tot grote bloei bracht, is ook op de begraafplaats begraven.
Bussink sinds 1593 ?
Op de verpakking van Bussink’s koek zie je staan: sinds 1593. Maar Jacob nam pas in 1820 de zaak van Van den Toorn over. In de verschillende overnames die na 1820 door de fa. Bussink plaatsvonden behoorde in 1886 ook de zeer oude bakkerij van de heer Schutte waarvan de oorsprong terugging tot 1593. Zo kon die datum uit het verre verleden worden toegevoegd aan de historie van het bedrijf.
Jacob Bussink en zonen
Van de geschiedenis van Jacob Bussink zelf is weinig bekend. Hij was een zoon van Gerrit Jan Bussink en Johanna Zomerdijk. Zijn moeder overleed toen hij 7 jaar was en bij het overlijden van zijn vader was Jacob 12 jaar. Jacob trouwde rond 1803 met Kunne Korteling en kreeg met haar in de loop der tijd 8 kinderen: vier dochters en vier zoons waarvan er één op jonge leeftijd overleed. Jacob was brood- en banketbakker. Hij kocht in 1820 de zaak van Gerard van den Toorn, die het op zijn beurt weer had gekocht van Adriaan Knaap. De bakkerij was gevestigd op de hoek van de Bisschopsstraat en (Korte) Assenstraat op de plek waar ooit "De Allemansgading" van Knaap was gevestigd. Tot na de Tweede Wereldoorlog zal de bakkerij in op deze plek gevestigd blijven. Steeds meer panden aan de Assenstraat zijn vanaf 1820 aan de bakkerij toegevoegd. Jacob zoons Berend Jan en Peter Jan ( graf-nummer 610) namen de zaak , na het overlijden van hun vader, in 1848 over. Nadat Berend Jan Bussink (graf 609) in 1862 ongehuwd en kinderloos is overleden treedt Jacob Coldewij als mede-eigenaar toe. Peter Jan sticht overigens in 1856 buitenhuis De Kaa in Twello. Een teken dat het voor de wind gaat met het koeken bakken.
Jacob Zomerdijk Bussink
De tweede zoon van Jacob en Kunne, Jacob Zomerdijk Bussink – hij gebruikt de toevoeging van de naam van zijn grootmoeder- begint zelfstandig een bakkerswinkel in de Lange Bisschopstraat, op de hoek met de Korte Overstraat. Hij zal daar samen met Meerburg een fraai winkelpand laten neerzetten. In 1848 vertrekt zoon Jacob naar Amsterdam waar hij aan de Heerengracht een restaurant begint. Zomerdijk Bussink is in de tweede helft van de 19e eeuw een begrip in Amsterdam. Ze verzorgen tal van officiële banketten en in hun zaak worden vele diners gegevens. Jacob Zomerdijk brengt , gefortuneerd door zijn horeca-activiteiten, zijn oude dag door in een grote villa ( Beekzicht) in Apeldoorn en overlijdt in 1884. Hij wordt in grafnummer 704 bij zijn reeds in 1861 overleden echtgenote , Everdina Loseman, begraven.
Johanna Bussink
Oudste dochter Johanna Bussink trouwt eerst met de behanger Hendrik Jan Rousseau Ducroissi. Deze overlijdt 4 jaar na haar huwelijk. In 1837 trouwt ze met stadsbouwmeester Bernardus van Zalingen. Van Zalingen is de architect van het gebouw van de Atheneum Illustre aan de Grote Poot, waarin nu sociëteit de Hereniging is gevestigd. Ook deze echtgenoot overlijdt zeer jong, op 31 jarige leeftijd, 2 jaar na het huwelijk met Johanna. Bernard en Johanna zijn begraven in grafnr. 459.
Jannetje Bussink, moeder van Jacobus Coldeweij
Het zevende kind van Jacob Bussink en Kunne is Jannetje Bussink. Deze trouwt in 1842 met de predikant Samuël Coldeweij en zij krijgen vijf kinderen, waaronder in 1836 Jacobus Albertus Coldeweij. Op 14 jarige leeftijd gaat deze "Koo" werken in de koekfabriek van zijn neven Berend en Peter. Aangezien de zoons van Bussink kinderloos blijven neemt Koo in 1874 de zaak in zijn geheel over. Hij verwerft vervolgens Koekbakkerij Pieterman in 1875 en bakkerij Schutte in 1886. Hij breidt de zaak actief uit. Werden in 1870 nog zo’n 34.000 koeken per jaar geproduceerd, in 1890 circa 270.000. De ontwikkeling laat zich samenvatten: van ambachtelijke bakkerij naar fabrieksmatige productie.
De veelzijdige Koo Coldeweij
Koo Coldeweij is naast directeur van Bussink & Pieterman ook commissaris van Burgers Rijwielenfabriek. In die hoedanigheid is hij betrokken bij de oprichting van een de eerste wielerverenigingen in Nederland: het Deventer “Immer Weiter”. En dat behelsde onder meer fietsen op de Velocipide’s in het Worpplantsoen.
Coldeweij was ook nog eens een verdienstelijk componist. Hij componeerde onder andere de operette “Marijke van Scheveningen”. Een operette die eind 19e en begin 20e eeuw regelmatig door allerlei amateurverenigingen werd uitgevoerd.
Uit zijn huwelijk in 1874 met artsendochter Anna van Delden worden 8 kinderen geboren. Jacobus Albertus overlijdt in 1904 en ligt met Anna (overleden in 1910) begraven in grafnummer 183.
De ontwikkeling van Jb.Bussink's koekfabriek
Twee zoons van Koo en Anna Coldeweij , Constant en Pieter, zullen zijn opvolgers zijn als directeuren van Bussink Koekfabrieken. Onder hun leiding wordt Coelingh’s koekfabriek (de grootste concurrent) in 1938 aan het bedrijf verbonden en uiteindelijk ingelijfd. Coelingh was eveneens met een flink bedrijf gevestigd aan de Assenstraat, maar dan bijna aan het andere uiteinde bij de Brink. In 1952 wordt het web van panden aan de Assenstraat verlaten en wordt de nieuwe fabriek aan de Hanzeweg betrokken. In 1975 wordt de fabriek onderdeel van het internationale concern Continental Bakeries dat op zijn beurt in 2022 wordt overgenomen door Biscuits International. De productie van Deventer Koek vindt nog steeds aan de Hanzeweg plaats. Net als destijds Bussink geeft Biscuits International aan dat haar geschiedenis begon in 1593. Het aandeel van de koekenbakkerij in de totale bedrijvigheid van Deventer is wel een heel stuk minder dan in de middeleeuwen, maar het heeft de onuitroeibare naam Koekstad opgeleverd.
Bronnen:
Deventer Koek van Bussink in Nijvertijd 32, jaargang 18, mei 2014 , uitgave van de Stichting Industrieel Erfgoed Deventer.
Koek en Deventer horen bij elkaar, René Berends, oude website Jb.Bussink 2013
Jacobus Albertus Coldeweij, Wikipedia Lemma
Geschiedenis van de Deventer koek en die van de firma Jacob Bussink in het bijzonder, C.J. Coldeweij, 1948 (lezing)
Lied van Drs.P over Deventer Koek
Onze historie , Biscuit International (website)


Jacob Bussink






Bakkerij van Knaap, artist impression van hoe het pand er op de hoek van de Lange Bisschopsstraat en Assenstraat vroeger uit zou hebben kunnen zien.
Bakkerij Bussink hoek Lange B. - Assenstraat, op de plek van de oude bakkerij.


Confisserie Zomerdijk-Bussink / Meerburg Lange B. 14-16


Atheneum Illustre, later de Hereeniging. Architect Bernardus van Zalingen.




Koo Coldeweij


Groepsfoto "Immer Weiter"






Bussink's Fabriek aan de Hanzeweg geopend in 1952
Stichting Oude Begraafplaatsen Deventer
Deze site is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Ook denken wij te voldoen aan de privacy-wetgeving.
Mocht u fouten tegenkomen of vragen hebben over de teksten laat het ons dan zo snel mogelijk weten.
Contact
info@sobd.org
+31 6 00000000
© 2024. All rights reserved.
Beheer en onderhoud van monumentale begraafplaatsen in Deventer, Colmschate en Diepenveen