L.A.J. Burgersdijk (13a). en de weggedrukte steen (13b)

Grafnr.1025

Leendert Alexander Johannes Burgersdijk leefde van 1828 tot 1900. Hij werd in Alphen aan de Rijn geboren en studeerde mens- en dierkunde in Leiden. In 1852 haalde hij zijn doctorsbul en werd leraar Natuurlijke Historie aan de Koninklijke Militaire Akademie in Breda. Na twee jaar was hij daar hoogleraar. In 1864 aanvaardde hij een aanstelling als leraar aan de HBS in Deventer waaraan een docentschap aan het Athenaeum gekoppeld was. Van 1866 tot 1876 was hij directeur van de HBS. Nadat hij van deze functie afstand had genomen, bleef hij daar nog 21 jaar als leraar werken.

Burgersdijks interesse voor Shakespeare was reeds gewekt voor hij in 1877 Shakespeares Othello met de steracteur Ernesto Rossi in de Deventer Sociëteit had gezien. Want toen had hij, volgens de schrijver Robert Leek, de volledige teksteditie van Shakespeare al in zijn boekenkast staan. De voorstelling heeft in Burgersdijk vermoedelijk interesse voor het vertalen gewekt want Leek schrijft dat “[h]ij, volgens eigen zeggen, nog diezelfde avond na thuiskomst in de uitgave [begon] te bladeren. Zijn oog viel het eerst op het hem onbekende blijspel Twelfth Night. 5 ”, waarvan hij die avond het eerste tafereel vertaalde. Vanaf dat moment is Burgersdijk niet gestopt. Hij ging door met het vertalen van Shakespeares werk, dat uiteindelijk tot een waar vertaalproject uitgroeide, tot hij dit in 1885 beëindigde met zijn laatste versie van Shakespeares Pericles.

Leek heeft berekend dat Burgersdijk gemiddeld vier werken van Shakespeare per jaar vertaalde. Hij deed dat naast zijn werk als leraar; een buitengewone prestatie. In november 1887 had hij de inleidingen en de annotaties van alle toneelstukken voltooid. Burgersdijk heeft naast Shakespeare ook de treurspelen van Aeschylus en Sophocles en het Moretum van Vergilius in de oorspronkelijke versmaat vertaald. Deze werken zijn door zijn zoon voltooid en postuum gepubliceerd na Burgersdijks dood in 1900.

Burgersdijk was getrouwd met Johanna Gijsberta van Nieuwkuijk, die in 1888 op 52 jarige leeftijd overleed. Ze kregen 9 kinderen waarvan er 2 zeer jong overleden. Johanna werd begraven in Deventer. Leendert verhuisde in 1897 naar Apeldoorn waar hij drie jaar later op 71 jarige leeftijd stierf. Hij werd bijgezet in het graf van zijn vrouw.

Op Wikipedia is een uitgebreid lemma aan Burgersdijk gewijd. Zeer uitgebreide informatie over de werken van en over L.J.A. Burgersdijk vindt je op de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren.

Esdoorn met weggedrukte steen (13b)

Een beeld van de begraafplaats zoals het er in haar actieve periode uit zag: geen bomen of heel veel begroeiing. Ook deze boom, een esdoorn die in dit graf 975 is gegroeid heeft er toen niet gestaan. Deze boom is wel zeker als een zaailing-esdoorn in dit graf opgekomen na de sluiting van de begraafplaats in 1918. Door de groei van de boom is het grafmonument op dit graf geheel uit haar verband gedrukt en eigenlijk vernield. De liggende steen is weggedrukt, kettingen zijn geknapt en de palen zijn in de boom gegroeid.
In dit graf liggen begraven Gerrit Hendrik van Stuijvenberg, begraven 1882 en Hendrik Johannes van Stuijvenberg, begraven 1900.

Over de verschoven grafsteen en de geknapte kettingen is een gedicht gemaakt door Sieth Delhaas.

Krachtenspel

Het krachtenspel van steen en ijzer
is niets bij de reuzin die moeiteloos
een eeuw ruim overbruggend
haar takken opnieuw doet botten
en oer en jong het groen
dat juichend over ’t leven zich naar de wolken keert.
Aan haar voet is ’t spel al uitgespeeld.

Het is de stad die deze plek verkoos tot monument
geen meesterhand die bindt of snoeit.

De stinseplanten rond de steen strelen de namen
onleesbaar uitgeschuurd door weer en wind.
En menigeen melancholiek wellicht
om ’t eigen nad’rend eind herkent in de omarming
aan haar voet dat leven triomfeert.


Sieth Delhaas